test Werkveld interview met sleutelfiguur Bert Pathuis | Regionale Kennis Economie

duurzame innovatie
in de regionale
kenniseconomie

De klik die een langjarige samenwerking markeert

Een trouw bondgenoot en loyaal reisgenoot, zo valt de langjarige samenwerking tussen Bert Pathuis en lector Ineke Delies kort en bondig te schetsen. ‘Vlak na de start van het lectoraat in 2009 sprak ik de lector. Er was herkenning, een klik. Wat mij direct opviel was dat we veel raakvlakken hadden.’ Elf jaar later overheerst dat gevoel nog altijd bij de projectontwikkelaar en creatief denker uit Zeijen. ‘Het lectoraat geeft vorm aan vernieuwend denken. Door ‘omdenken’ met een innovatief team kun je betekenisvolle innovaties tot stand brengen.’

De bouwkundige legde zich in het nieuwe millennium vooral toe op de ontwikkeling van huisvesting in de gezondheidszorg. De vastgoedadviseur raakte doordrongen van de noodzaak om wonen, welzijn en zorg in bouwprojecten te verenigen. ‘In de bouw was het al wel gemeengoed dat je de klus met verschillende disciplines tot een goed einde brengt. Waar het aan schortte was dat de installateur, metselaar, timmerman en bouwer met elkaar nadachten over voor wie ze iets maakten. Het ging alleen over het hoe je stenen stapelt.’ Ieder deed z’n ding, zonder dat die samenwerking toegevoegde waarde opleverde. Dat zinde hem niet. 

Het lectoraat introduceerde de multidisciplinaire kenniskring en vervolgens multidisciplinaire teams om projecten in zorg, toerisme en vrije tijd met het onderwijs te verbinden. Vanuit de wens schotten te doorbreken en door co-creatie en al doende leren tot vernieuwing te komen. Dat was een kolfje naar de hand van Pathuis. ‘In bouwprojecten voor de gezondheidszorg stuitte ik voortdurend op begrenzingen als je verschillende sectoren aan elkaar wilde koppelen. Je bent zo lang bezig aan richtlijnen en normen te voldoen, dat als het project eenmaal is gerealiseerd iedereen constateert dat het project al niet meer op alle punten voldoet aan de voortschrijdende wensen van de tijd. Je bouwt voortdurend voor achterstand.’ De gesprekken met lector Delies gaven hem het gevoel dat hij een geestverwant had getroffen.

Pathuis is ervan overtuigd dat de woonvraag van ouderen met het oog op vergrijzing en het credo van langer zelfstandig thuis wonen, sterk verandert. Sociaal-maatschappelijke vraagstukken en verlangens en multidisciplinaire inzichten moeten uitmonden in nieuwe bouwconcepten. De woning van de toekomst dient een sociaal vangnet te bieden als de oudere een zorgvraag krijgt. Zijn uitgangspunt is leef- en woonplezier in een mooie en gezonde omgeving en niet de hulpvraag. ‘Ik draai het 180 graden om. Ik ga niet uit van zorg, maar van gezond wonen.’ Zo ontstaan er eveneens raakvlakken met toerisme en de hospitality.    

In het multidisciplinaire team van het lectoraat bracht Pathuis zijn plan in voor Huis te Zeijen, een combinatie van luxe B&B met zestien levensloopbestendige appartementen. Studenten uit de techniek, bouw, zorg van Alfa-college en van de Hogere Hotelschool van NHL Stenden Hogeschool dachten met hun docenten mee over de uitvoering en werkten ideeën uit tot een multidisciplinair bedrijfsplan. De multidisciplinaire aanpak bleek voor de studenten heel leerzaam en leverde Pathuis nieuwe, verrassende inzichten op. ‘Ik zag dat bouwkunde studenten zich gingen verplaatsen in de bewoner en zorgstudenten werden zich bewust van het belang van een goede leef- en woonomgeving. De hotelstudenten brachten het concept gastvrijheid in en de nadruk op individuele behoeften. Daar heb ik zelf veel van geleerd.’

De verbinding tussen onderwijs en werkveld opende de weg naar innovaties die wederkerig zijn. Door de samenwerking leerden studenten anders naar de werkelijkheid te kijken en hoe het is om in een multidisciplinair team aan een opdracht te werken en Huis ter Zeijen nam al schavend, denkend en ontwerpend een definitieve vorm aan. ‘Hoe stem je dienstverlening op elkaar af. Om samen te leren werken moet je vroeg beginnen, dus al bij de studenten.’ Het project verkeert op het moment in de vergunningsaanvraag bij de gemeente. Als het plan doorgaat, hoopt Pathuis studenten ook bij de bedrijfsvoering te betrekken. ‘Ik zie mogelijkheden om er een werkatelier te starten waarbij studenten zorg bieden, in de keuken assisteren of de B&B meehelpen te runnen.’ Inmiddels is Pathuis al ruim acht jaar bezig met het project. ‘Het denken in innovaties en werken aan vernieuwing vergt een lange adem. Er is veel doorzettingsvermogen nodig omdat je steeds opnieuw tegen richtlijnen aanloopt.’ De moed geeft hij niet op. ‘Iedereen vind het een mooi idee, maar veel partijen gaan achterover leunen als er obstakels opdoemen. Dan is er toch iemand nodig die de kar trekt.’ En dat is hij.

Trekkracht en spankracht dat is nodig op zo’n reis door een praktijklandschap, meent de projectontwikkelaar. Dat is nog iets dat hij deelt met het lectoraat. Alleen zo kom je tot co-creatie, meent Pathuis. ‘Als bedrijfsleven hebben we de samenwerking met zo’n lectoraat en de opleidingsinstituten nodig. Op die manier krijgen we innovatie van de grond.’ Ook al loopt de snelheid tussen onderwijsinstellingen en ondernemers en hun bedrijven niet parallel. Volgens de projectontwikkelaar is zijn ervaring dat goede afstemming mogelijk is.

Omdat studenten per definitief slechts tijdelijke reispartners zijn in een project, steekt de begeleiding vanuit het onderwijs nauw. ‘Die moet goed georganiseerd zijn’, aldus Pathuis. ‘De studenten hebben een gids nodig om projectonderdelen goed op te leveren.’   

Met lector Delies en Minne Wiersma, directeur van de Maatschappij van Weldadigheid, nam Pathuis begin 2020 het initiatief voor de vorming van een lerend netwerk volgens de principes van het lectoraat. Het toont maar weer eens dat het gedachtegoed van Duurzame innovaties in de regionale kenniseconomie niet begrensd is. Officieel houdt het lectoraat eind 2020 op te bestaan, maar volgens Pathuis is er alle reden om door te gaan op de ingeslagen weg. ‘De methodiek om lerend vermogen te organiseren kan werkveld en onderwijs verder helpen.’ Een samenwerkingsverband tussen Veenhuizen en Frederiksoord met als rode draad de erfenis van Johannes van den Bosch en zijn koloniën voor paupers acht hij perspectiefrijk.

Over het opgetuigde lerende netwerk valt meer te lezen in het interview met Minne Wiersma, wat Pathuis aanspreekt is dat het netwerkverbindingen tussen ondernemers en onderwijs creëert. ‘Er liggen, zeker als de Koloniën van Weldadigheid op de Werelderfgoedlijst komen, geweldige kansen om nieuwe combinaties in toerisme, zorg en wonen te ontwikkelen. Als bestuurslid van Veenhuizen Boeit leek het me noodzakelijk de kansen en mogelijkheden volop te benutten.’ De ontwikkeling van het lectoraat door de jaren heen, sluit daar mooi op aan. De theoretische onderbouwing van het belang en de werking van lerende netwerken in de praktijk van wetenschappers zoals Etienne Wenger en Maarten de Laat, vond zijn weg in de methodiek. ‘Hoe kun je co-creatie bewerkstelligen, hoe geef je dat vorm met koplopers en volgers en welke rol heeft de convener, de verbinder of netwerkmakelaar’, somt Pathuis de belangrijke uitgangspunten op. ‘Kennisdelen met anderen vereist een specifieke aanpak.’

In samenspraak met het lectoraat is gekozen voor een opzet met koplopers en volgers. ‘De kans van slagen is het grootst als je op basis van enthousiasme en een klik elkaar vindt. Dat geeft energie en vertrouwen. Als de tien koplopers laten zien dat het goed werkt, kunnen de volgers aanhaken’, schetst de projectontwikkelaar. ‘We kiezen niet voor topdown maar voor bottom-up. Het moet iets zijn van de ondernemers zelf. Om het goed te verankeren moet je je daar heel bewust van zijn en vanaf het begin dat als basisprincipe toepassen.’

Pathuis is blij met de steun die de provincie Drenthe voor het initiatief heeft uitgesproken. ‘Zij tonen verwantschap met dit soort initiatieven, het is belangrijk om daarop terug te kunnen vallen.’ Door onderwijs aan ondernemers te koppelen in Veenhuizen en Frederiksoord moet het lukken om deze bijzondere plaatsen breder onder de aandacht te brengen. ‘Ik heb in mijn contact met het lectoraat ervaren hoe belangrijk het is om natuurlijke samenwerkingspartners te vinden. Uit vertrouwen ontstaat samenwerking over scheidslijnen heen. En innovatie.’