test Verslag Debat, Combinaties van onderwijs en werkveld leveren innovatieve lerende netwerken op. | Regionale Kennis Economie

duurzame innovatie
in de regionale
kenniseconomie

De makkelijkste weg is het misschien niet, maar wel een route die werkveld, onderwijs en studenten veel oplevert. In de ontmoeting en samenwerking van verschillende opleidingen en het werkveld borrelen veelbelovende innovaties uit de gecreëerde dynamische netwerken op. Het debat tussen hoogleraar Maarten de Laat, autoriteit op het gebied van lerende netwerken, lector Ineke Delies van het lectoraat Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie en bestuurder Christien de Graaff van Alfa-college, leverde genoeg stof voor een vervolg op. Het debat tussen de drie inhoudelijk betrokkenen op een dinsdagmiddag begin oktober werd verlevendigd door de inbreng, vragen en ervaringen van vijftien gasten, een geschakeerde afspiegeling uit het Alfa-college en het lectoraat. Het gezelschap rond de tafel mengde zich gaandeweg steeds nadrukkelijker in het gesprek tussen De Laat, De Graaff en Delies. Precies wat de bedoeling was bij de opzet van deze uitwisselings-vorm van kennis. ‘Een redelijk nieuwe manier van kennisdelen’, zoals Delies het in haar welkomstwoord omschreef. Professor dr. De Laat, verbonden aan het onderzoekscentrum Welten Institute voor Leren, Onderwijs en Technologie van de Open Universiteit, is vooral geïnteresseerd in hoe lerende netwerken in de alledaagse werkelijkheid ontstaan, welke waarden zij creëren en hoe zij zich bij het vermeerderen van kennis gedragen. De Graaff speelde een grote rol in het uitrollen van inzichten uit het lectoraat van Ineke Delies binnen de organisatie van ROC Alfa-college. ‘Een ontzettend belangrijke ontwikkeling’ voor ‘ons’ soort onderwijs is de facilitering van vernieuwende netwerken, aldus de bestuurster. Delies onder-streepte dat een debat tussen hen drieën waardevol is nu haar lectoraat, waarin ook NHL Stenden hogeschool participeert, in 2017 een derde en laatste periode van vier jaar is ingegaan. ‘We willen de komende tijd gebruiken om te reflecteren en de inzichten die dat oplevert delen met alle betrokkenen.’ Het door het lectoraat gepropageerde ‘boundary crossing’ waarbij docenten en studenten van mbo en hbo van meerdere opleidingen met het bedrijfsleven nieuwe vormen van samenwerken verkennen, heeft aan actualiteit niets ingeboet. ‘Immens belangrijk’ aldus Delies, omdat volgens haar ‘vraagstukken altijd dwars door opleidingen, werkvelden en organisaties heen gaan. De vraag is wel hoe je het acteren op grensgebieden managet. Wie neemt de leiding en hoe leer je en welke rol speelt de onderwijsmanager hierbij?’
De lector opende het debat met haar stelling dat het profiel van de onderwijsmanager veel meer afgestemd moet worden op de vaardigheid om verbindingen aan te gaan met andere opleidingen en werkvelden. Haar pleidooi voor meer generieke expertise bracht De Laat er toe te onderstrepen dat dergelijke managers wel ‘hart en ziel’ moeten hebben voor hun werkterrein en vakgebied. ‘Anders loop je al snel het gevaar dat managers meer naar efficiëntie kijken, een accountantsbril opzetten. Ze moeten zich in een coachende rol kunnen verbinden met de inhoud van werk en lesgeven. Hun expertise is het faciliteren van grensoverschrijdingen.’ De Graaff vulde aan: ‘Met ons interne leiderschap programma onderschrijven we dat leidinggevenden verstand van inhoud en vakgebied moeten hebben. Je bent niet een goede leidinggevende omdat je zo goed grenzen kunt overschrijden maar omdat je die weet te verbinden met de opleiding: immers het leren van de student staat centraal.’ Zij achtte het voor de hand liggend dat een leidinggevende ‘breder kijkt dan de opleiding waar je verantwoordelijk voor bent. Het is logisch dat zo iemand dwarsverbanden legt.’ De Laat wees op het belang van gedeeld leiderschap en empowerment zodat ook anderen in de organisatie en het netwerk worden meegenomen in de kennis-vermeerdering. ‘Een onderwijsmanager moet er niet alleen voorstaan. Het is belangrijk te achterhalen wie in zo’n pril netwerk van nature verwantschap met de thematieken heeft. Het moet een creërende organisatie zijn, er liggen voor het onderwijs veel kansen in het leren op de werkplek. Het is vooral de uitdaging om vanuit het perspectief van de professional daar meer op in te spelen. Het goede voorbeeld is een ding, wat het meeste hoofdpijn veroorzaakt is hoe je dit structureel vorm en inhoud geeft.’ ‘Het zijn soms taaie trajecten’, verzuchtte De Graaff. Vestigingsdirecteur Alfa-college Jan Berend van der Wijk omschreef het ‘structureel maken’ van deze nieuwe vormen van leren als ‘a hell of a job’. Hij wees er op dat het van belang is dat alle lagen van de onderwijsorganisatie goed samenwerken. ‘Het is soms lastig kennis delen, zowel bedrijfsleven als de onderwijsorganisatie zitten gevangen in eigen systemen. De verbindende leider – ‘convener’ genoemd – speelt een belangrijke rol in het wegnemen van belemmeringen en het bevorderen van innovatieve samenwerking.’ Jasper van Buiten, opleidingsmanager Sport & Bewegen bij Alfa-college, is als opleidingsmanager vooral benieuwd naar de inhoud van het gevraagde leiderschap. ‘Wat vraagt dat van mij als opleidingsmanager en van andere betrokkenen. Hoe leer je van elkaar?’ De Laat beaamde dat het nieuwe leren in netwerken tijd vraagt. ‘Het is handig als je er een agenda met doelstelling en stappenplan aan koppelt zodat het opknipbaar in stukken wordt.’ De nieuwe manier van werken is als het leggen van een puzzel, waarbij uiteindelijk een nieuwe landkaart tot stand komt. ‘Aan het begin van het traject weet je nog niet wat het eindpunt zal zijn. De uitkomst is onbekend.’ De Graaff: ‘We moeten af van het denken volgens formele lijnen. Het gaat om wie de juiste competities heeft om aan te sluiten.’ Als aanvulling stelde Delies: ‘In ons lectoraat gaat het er om expertise in het onderwijs te ontwikkelen op onverwachte plekken. Wij proberen te achterhalen hoe zulke processen ontstaan, wat voor soort leiderschap daarbij past.’ Voor haar staat wel vast dat opleidingsmanagers vanuit hun competities een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan nieuwe vormen van leren en werken in onderwijs en bedrijfsleven.
Van groot belang is dat een lerend netwerk met een zekere regelmaat toont wat de resultaten van de multidisciplinaire samenwerking is. ‘Het moet zichtbaar zijn. Openheid is cruciaal. Iedereen moet ervaren dat de ontwikkelde expertise er toe doet’, constateert De Laat. ‘Verlies daarbij de docent niet uit het oog. Die hebben vaak de goede ideeën. Binnen de organisatie is doorgaans veel expertise aanwezig. Als je die weet te koppelen, levert dat het meeste op.’