test Interview Maarten de Laat door Fokko Bosker:   | Regionale Kennis Economie

duurzame innovatie
in de regionale
kenniseconomie

Mechanismen achter lerende netwerken stapje voor stapje ontrafeld.  

Het lectoraat Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie levert waardevolle inzichten op voor het werk gerelateerde leren in innovatieve netwerken. Hoogleraar Maarten de Laat is nog niet gekend in de opbrengst van de recente enquête onder betrokkenen uit het onderwijs bij het leren in wisselende praktijklandschappen, toch verwacht hij dat er zichtbare resultaten zijn geboekt. ‘Het is van groot belang de opgedane kennis deelbaar te maken.’

In de publicatie ‘Verhalen over Verbindingen’ van lector Ineke Delies over haar lectoraat onderstreepte De Laat in 2017 de in zijn ogen logische transformatie naar een lerend netwerk. Volgens hem nam het belang van sociale netwerken als vorm van zelforganisatie en zelfregulatie verder toe, zeker in een krimpregio zoals in Noord-Nederland. Hij achtte de rol van de ‘sociale artiest’, ook wel convener of netwerkmakelaar genoemd’ die als drijvende kracht en procesbegeleider fungeert, van groot belang. Ruim twee jaar later maakt hij desgevraagd een tussenbalans op. Centraal staat daarbij de verdere ontwikkeling van het vermogen van netwerken om te leren. ‘Hoe houden we de processen in gang en hoe faciliteren we vanuit onderwijsorganisaties en bedrijven zo’n ontwikkeling naar waarde creatie?’

Informeel leren binnen het beroepsonderwijs lijkt in hoge mate afhankelijk van een goede afstemming tussen de professionals en de opleidingsmanagers. Het leren heeft er baat bij als docenten meer contacten aanknopen met het werkveld. De opleidingsmanagers dienen de stap naar buiten en omgekeerd van buiten naar binnen te bevorderen.

Een relatie die wederkerig is, waarbij niet alleen A met B contact zoekt, maar ook omgekeerd B gebaat is bij een verbinding met A, is van belang voor het verstevigen van het netwerk. Het onderkennen van mechanismen is belangrijk voor de bestendiging van de sociale netwerken, meent De Laat. Verder spelen buiten de facilitering door de organisatie persoonlijke factoren een rol zoals wederzijds vertrouwen, een gevoel van nabijheid of afstand. De kunst is vooral om niet teveel in dezelfde vijver te blijven vissen, maar diversiteit te organiseren. In ‘The Strength of Weak Ties’ beargumenteerde wetenschapper Mark Granovetter al in 1973 dat een vage kennis soms beter is dan een nabije vriend. ‘Juist aan zwakke verbindingen kleven sterke kanten. Als een groep een sterke onderlinge verbinding heeft, kun je wel goed de diepte in, maar werkt het juist zeer beperkend voor het binnenhalen van nieuwe inzichten.’ Voor een lerend netwerk is het evident belangrijk om juist nieuwe kennis aan te boren en toe te voegen.
Het lectoraat Duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie heeft het volgens De Laat tot haar handelsmerk gemaakt om bewust verbindingen aan te knopen met ‘zwakke relaties’. Daarmee is de deur geopend naar nieuwe onderwijs- en werkverbanden. Hij verwacht dat de bewust gezochte aansluiting door het onderwijs bij problemen waarmee het bedrijfsleven kampt, nog veel uitdagende projecten kan opleveren. Een kanttekening is op zijn plaats: ‘De snelheid waarmee het onderwijs handelt, is langzamer dan het werkveld doorgaans is gewend. Het is van belang in zo’n lerend netwerk goed oog te hebben voor doelstellingen op de korte en voor de langere termijn. Voor alle deelnemende partijen staat altijd de relevantie voorop. Een sociaal netwerk moet wel iets opleveren.’ De ‘netwerkmakelaar’ of ‘convener’ moet nogal wat ballen gelijktijdig in de lucht houden, constateert De Laat. ‘Coachende vaardigheden kun je nog wel leren, maar empathie en het vermogen om subtiele signalen uit het netwerk op te pikken, vereist ook een soort van natuurtalent. De grote valkuil in dit soort processen is dat anderen tot het netwerk toe treden om de initiatiefnemer een plezier te doen. Vanaf het begin moet gedeeld eigenaarschap worden nagestreefd en bevorderd’, stelt De Laat onomwonden.
Een sociaal netwerk hoeft niet voor de eeuwigheid te gaan, als de doelen zijn ingelost, zal de behoefte aan zo’n netwerk automatisch afnemen. ‘Een lerend netwerk kan dan uit elkaar gaan.’ De vaardigheid en kunde om een levensvatbaar expertise netwerk te starten begint volgens De Laat bij het in kaart brengen van het omliggende kennislandschap. ‘Op die manier krijg je inzicht waar expertise knooppunten op relevante thematieken binnen de regio zich bevinden, zulke knooppunten vormen een ‘hub’ in het landschap. Als die bekend zijn, kunnen anderen zich ook makkelijker oriënteren en aansluiten. Het pad is dan makkelijker te vinden.’ De netwerk-makelaar speelt vooral een organiserende en faciliterende rol, aldus De Laat. Vindbaarheid van de opbrengst, het tonen wat samen-werking en de professionele ontwikkeling oplevert, acht hij van groot belang. Artificiële intelligentie (AI) kan in toenemende mate helpen bij het in kaart brengen van regionale of wereldomspannende kennis-landschappen. ‘Uit alle netwerk- en interactiedata kun je visualisaties maken, die het kennislandschap in kaart brengen en zichtbaar maken waar elders in de regio soortgelijke onderwerpen worden besproken. AI helpt het slim handelen van de mens te bevorderen.’ Een stimulans voor de creativiteit, verwacht hij. ‘Je haalt op grote schaal de toevalligheid er uit.’ Het duiden van zulke netwerkdata en het lezen van kaarten van kennislandschappen zijn vaardigheden die de netwerkmakelaar zich eigen moet maken. ‘Waardecreatie is heel belangrijk, een sociaal netwerk moet de opbrengst transparant teruggeven. De netwerkpartners moeten oog ervoor hebben hoe je een levend archief opbouwt en achterlaat zodat de kennis voor derden onstuitbaar blijft. Met zo’n proces of product laat je heel veel na, nieuwe initiatieven kunnen daar weer op verder bouwen.’ Nieuwe sociale netwerken staan doorgaans op de schouders van voorgangers, zo ontwikkelt het leren en de voorhanden zijnde kennis zich voortdurend. Het nieuwe leren is per definitie evolutionair van karakter.