test DUO INTERVIEW – Rienk de Jonge – zeilschool Pean | Regionale Kennis Economie

duurzame innovatie
in de regionale
kenniseconomie

‘Leren is voor mij iets toevoegen aan parate kennis en vaardigheden’

Zeilschool Pean houdt zich op een hele praktische manier bezig met leren door de cursisten aan zich te binden, hen te boeien en opgedane vaardigheden verder te ontwikkelen. De zeilers in dop dienen als kweekvijver voor de werkpool aan instructeurs, coaches en opleiders. Mede-eigenaar Rienk de Jonge is een schoolvoorbeeld van de gehanteerde leermethodiek. Hij volgde als negenjarige twintig jaar geleden zeillessen op de Peanster Ee bij Nes en Akkrum.

‘Bij ons bedrijf draait alles om leren informeel, formeel, van elkaar en met elkaar. Het zorgt ervoor dat de deelnemers en instructeurs geboeid zijn door en zich verbonden weten aan Pean’, vertelt De Jonge enthousiast. Zo’n twee jaar geleden maakte hij kennis met lector Ineke Delies van het lectoraat Duurzame innovaties in de regionale kenniseconomie en haar zienswijze op al doende leren sprak hem direct aan. Het optimaliseren van informeel leren is voor de zeilschool buitengewoon belangrijk. ‘De manier waarop wij deelnemers en instructeurs doelbewust in een leeromgeving plaatsen, verhoogt in zijn geheel de kwaliteit binnen ons bedrijf. Of het nu instructeurs, keuken- of kantoorpersoneel betreft. Wij willen iedereen uitdagen om zich te ontwikkelen, te leren.’

De Jonge doorliep alle stadia binnen Pean. Hij volgde er jeugdlessen en daarna opleidingen tot instructeur, coach en vervolgens opleider. Vorig jaar kocht hij zich in als mede-eigenaar. De liefde voor Fryslân en het water zit diep bij hem. Na zijn schoolopleiding was hij een tijd werkzaam als verkoper van zeiljachten op de Duitse markt en als manager online publishing. Het zeilen en opleiden bleef aan hem trekken, toen de mogelijkheid zich voordeed zich volledig toe te leggen op het zeilbedrijf, aarzelde hij niet. ‘Ik ben honderd procent een product van Pean.’

Veel opgedane kennis en vaardigheden binnen de zeilschool zijn toepasbaar in het dagelijks leven. De Jonge legt uit dat in de lesmodulen voor instructeurs wordt gehamerd op een proactieve houding. ‘Een zeventienjarige instructeur die voor het eerst les geeft aan kinderen, merkt dat kinderen uit zichzelf niet om acht uur ’s ochtends klaar staan voor de eerste les. Er is een bepaald gedrag vereist om hen onder verschillende omstandigheden mee het water op te krijgen. Ze hebben bij ons een hele andere rol dan bij hun ouders thuis en op school, waar van hen minder of een andere verantwoordelijkheid wordt verwacht.’

Een andere element betreft de nadruk op coaching van elkaar, feedback geven en de hulpvraag durven stellen. ‘Hoe help je elkaar in het lesgeven. Bij ons krijgt de instructeur feedback van de coach en die krijgt weer terugkoppeling van de opleider. Elke dag is uit verschillende elementen opgebouwd met afzonderlijke leerdoelen. Afsluitend is er tijd voor reflectie, dat vinden wij heel belangrijk.’ De Jonge ziet dat de stafleden die vaardigheden meenemen in hun loopbaan en daarmee vaak een voorsprong hebben op andere collega’s. ‘Het zijn noodzakelijke vakoverstijgende persoonlijke vaardigheden waarbij wij ons erop focussen elkaar verder te helpen in het leren.’ Het door Pean ontwikkelde opleidingssysteem kent een gestructureerde aanpak en opbouw voor instructeurs, coaches en opleiders. Er zijn theoretische onderdelen die met goed gevolg moeten worden afgerond die ook weer gekoppeld zijn aan praktijkonderdelen. De toetsen zijn opgedeeld in blokken waarbij tot op dagniveau verrichtingen staan beschreven. De stafleden kunnen zelf in het leersysteem zien op welk niveau zij zich bevinden en hoe de route verloopt om verder te groeien. ‘We beoordelen niet, geven wel aan waar iemand staat. Daarmee dagen we hem of haar uit. Leren is voor ons: Weten wat je nu kunt en daaraan iets toevoegen. Dit alles kan alleen bestaan en groeien bij een goed en veilig leerklimaat. Het is aan ons om daar blijvend de juiste voorwaarden voor te scheppen.’ Hoewel de Pean de ontwikkelde leermethodiek vooral voor jonge mensen gebruikt, is deze volgens de zeilschooleigenaar goed toepasbaar voor alle leeftijdsgroepen.

In tijden dat het coronavirus door Nederland rondwaart, voelt De Jonge de noodzaak om het leren in de praktijk verder uit te breiden naar een digitaal lesaanbod. Hoewel bij zeilen het zwaartepunt waarschijnlijk blijft liggen op het uitvoeren van praktische verrichtingen. Hij hoopt van het lectoraat ook nieuwe inzichten over informeel leren op te pikken. ‘Ik zoek de samenwerking omdat het mij de ogen opent. Ik hoor van dit netwerk hoe anderen leren in de praktijk aanpakken. Doordat Anke Arts en Sebo Boerma vragen stellen, kunnen wij ons leermodel spiegelen aan die van anderen. Daar leer ik zelf van. Die input kan ik weer doorgeven binnen Pean.’ Rode draad in de methodiek van de zeilschool en die van het lectoraat is het onderschrijven van het belang van interactie, doen en ontmoeting. Nadrukkelijk zoekt De Jonge de samenwerking met onderwijsopleidingen en andere bedrijven waarmee hij in een lerend netwerk informatie kan uitwisselen en eventueel nieuwe producten kan ontwikkelen. Zo zou hij graag de vakoverstijgende vaardigheden die stafleden opdoen met hun training bij de zeilschool willen kunnen certificeren. Zodat zij die kwaliteiten ook aantoonbaar kunnen maken in hun loopbaan buiten Pean. ‘Het is voor hen van belang dat zij kunnen vertellen wat zij in een module hebben geleerd en op welk niveau.’ Onderwijsorganisaties munten er volgens De Jonge in uit om de competenties van studenten heel precies te omschrijven en te kwalificeren. ‘Daar kunnen wij het nodige van leren.’

Een andere mogelijke ontwikkeling voor de zeilschool is een aanbod waarbij het zeilprogramma meer wordt afgestemd op andere doelen zoals gezondheid, vitaliteit, samenwerken of omgaan met gedragsproblemen. ‘In ons aanbod is al sprake van een hele duidelijke structuur van eten, bewegen en ontspanning, daarnaast kan onze staf goed omgaan met verschillende gedragstypen. Ik kan me voorstellen dat het voor scholen interessant kan zijn als wij een specifiek aanbod hebben niet alleen om leuk te leren zeilen, maar waarbij het accent ligt op het leren samenwerken en daar oefeningen op in te richten.’ Hij zou voor een aanbod op maat voor zo’n specifieke doelgroep graag samenwerken met een zorgbedrijf, een sportschool en het lectoraat. ‘Ik zie hier kansen liggen.’ De Jonge is nog lang niet uitgeleerd.